Peru | 10 juli - 25 juli

Mijn kapsel lijkt op een rattennest en ik heb nauwelijks geslapen. Tijdens het ontbijt probeer ik voor de eerste keer koffie te drinken. Pas wanneer de tas half leeggedronken is word ik wakker. Terwijl Eilidh de haag verder trimt wieden Eleanor, Adam en ik onkruid op het veld. Het werk schiet niet op want we babbelen teveel. Adam vraagt ons of we misschien een Spaans boek hebben, dan kan hij nog wat oefenen. Ik heb bij een vorig bezoek aan de bibliotheek een boekje meegenomen en beloof het aan hem te geven.

Hij besluit na het werk naar Quillono te gaan want hij wil zijn familie en vrienden thuis op de hoogte stellen dat hij goed is aangekomen.

Tijdens de siƫsta leg ik het boekje op zijn bed en begin een deel van mijn spullen in te pakken. In de hut beneden neem ik een lege fles bier om af te geven in de winkel. Terwijl ik met de lege fles naar buiten loop overvalt een vreemd gevoel me. Er klopt iets niet.

Ik zet de fles op de grond en kijk erin. Jawel hoor, op de bodem zit een kanjer van een spin. Even denken. Ik zet de fles onder de kraan en draai de kraan open tot ze overloopt en de spin eruit gespoeld wordt.

De spin is niet zo groot als diegene die in ‘the nursery’ zat maar is op zich ook een flink exemplaar. Hoe krijg ik dat beest uit de pompbak? En dan komt Adam aan. Sneller dan verwacht en als geroepen. Hij vraagt nogeens naar het Spaans boekje en ik vertel hem dat het reeds klaarligt op zijn bed. “Echt, je bent geweldig”, zegt hij met een gigantische glimlach.

Mocht ik een cartoon zijn, dan zag je op dat moment een lamp boven mijn hoofd aangaan. “Kan jij misschien iets voor me doen”, vraag ik hem op onschuldige toon en met grote ogen. “Alles, zeg het maar.” Ik kan mijn lach haast niet bedwingen. “Wel, er zit een spin in de pompbak, kan jij die eruit halen en in de struiken werpen?”

Hij gaat naar de pompbak, kijkt erin en draait zich om. Aan zijn blik te zien is hij duidelijk geschrokken. Ik zie hem denken, hij kijkt rond en neemt dan een vod van de wasdraad. Heel voorzichtig vangt hij de spin met de vod, draagt ze iets verder en smijt ze de struiken in. Ik ben opgelucht, mijn held van vandaag heet ‘opportunisme’ :-).

Daarna vertrekken Sabine, Kyram, ik en de nieuwe kat naar de bibliotheek. Vandaag knutselen we met plasticine. De kinderen krijgen elk een karton waarop ze een basiskleur plasticine aanbrengen. Ik teken ondertussen enkele beertjes en knip de vorm uit. Het vormpje kunnen ze gebruiken om verder mee te werken.

Ook nu werkt iedereen flink mee en krijg ik de gelegenheid om van enkele meisjes portretten te maken. Nu ze zich wat meer op hun gemak voelen bij mij, is het resultaat ook persoonlijker dan een doorsnee toeristenfoto.

Nu iedereen goed aan het werk is ga ik naar de winkel in het dorp. Het was al duidelijk dat het een warmere dag was, maar wanneer ik het lokale voetbalveld passeer is het pas echt raak. Een fluitconcert volgt. Op mijn weg terug naar de bibliotheek zijn de dorpsjongetjes nog niet afgekoeld. Is het de temperatuur of mijn shorts?

Ook als we van de bibliotheek naar huis gaan wordt er vanuit voorbijrijdende auto’s geroepen. Mijn kapsel is nochtans nog steeds een rattennest, ik heb verschrikkelijke wallen en stink uren in de wind.

Voor het eten zitten we met z’n vier op het terras en vertel ik over de middag in de bibliotheek. We besluiten om het bier een volgende avond te drinken.

Tijdens de afwas zie ik Adam naar de donkere sterrenhemel staren. “Prachtig, he?” We kijken beiden naar de hemel en hij vertelt me dat hij op zoek is naar een specifieke constellatie waar hij in zijn thuisland altijd naar kijkt.

We zoeken samen maar er is niets dat er op lijkt of voor zou kunnen doorgaan. “Oh ja, je praat in je slaap”, zeg ik hem. Hij is verbaasd maar moet lachen. “Je mag me slaan als ik dat nogeens doe”.

Wanneer we tegen de late avond naar de hut gaan staan staren we met z’n vieren naar de sterrenhemel en zonder woorden, alsof het afgesproken was, dooft iedereen z’n zaklamp.

Tien minuten lang kijken we woordeloos en vol bewondering naar een van de mooiste dingen die de natuur ons geven kan.

's nachts schrik ik wakker van een mannenstem die Engels praat. 'Is hier nu weer iemand nieuw die ik vergeten ben?' Wederom blijkt het Adam te zijn die in zijn slaap praat. Aangezien ik enkel in onderbroek slaap lijkt het me geen goed idee om op te staan en een kerel van nauwelijks 22 te slaan.

De rest van de nacht probeer ik mezelf te wurgen met mijn dekens.